Nieuws | Internetconsultatie excretieforfaits: zorgen uit de praktijk
De overheid heeft een voorstel gepubliceerd om de excretieforfaits in de Meststoffenwet te actualiseren. vanBuiten heeft namens klanten een reactie ingediend. Wij vinden dat belangrijke onderdelen onvoldoende aansluiten op de praktijk in de vleesveehouderij, paardenhouderij en schapenhouderij.
In de huidige systematiek houdt CDM uitdrukkelijk rekening met een vastgesteld percentage weidegang. Bedrijven die geen weidegang toepassen, kunnen hierdoor niet voldoen aan de toegepaste forfaitaire normen. Dit achten wij zeer zorgwekkend, omdat deze benadering onvoldoende aansluit bij de praktijk en leidt tot een ongerechtvaardigd nadeel voor deze bedrijven.
Vleesvee: duidelijkheid en uitvoerbaarheid ontbreken
Voor rosévleeskalveren worden nieuwe categorieën voorgesteld (116b en 117b). Deze hangen af van de afvoerleeftijd, die in de praktijk pas achteraf vaststaat. Dat zorgt voor onwerkbare administratie.
Wij pleiten voor één duidelijke categorie voor dieren van 8 tot 12 maanden, die logisch aansluit op bestaande categorieën.
Daarnaast vragen we om de voorgestelde correcties voor stikstofexcretie bij jongvee (101–102) wél door te voeren, omdat deze aansluiten op meetgegevens en geen effect hebben op het fosfaatrechtenstelsel.
Tot slot is het nodig om een aparte categorie weidegang op te nemen bij vleesvee en jongvee van vleesvee. Nu wordt impliciet van vaste percentages weidegang uitgegaan, wat kan leiden tot overschrijding en boeterisico’s bij bedrijven die volledig op stal werken.
Paardenhouderij: grote diversiteit wordt niet meegenomen
De sector kent sterke verschillen in huisvesting en voeding. Toch worden excretieforfaits gebaseerd op één uniform rantsoen en gemiddeld ongeveer 50% weidegang.
In werkelijkheid kan de mestproductie aanzienlijk verschillen, bijvoorbeeld tussen opfok en manege, of tussen Shetlanders en E-pony’s.
Door deze aannames stijgt de stikstofexcretie in het voorstel aanzienlijk, terwijl afgevoerde mest lagere stikstofgehalten laat zien dan de wet straks vraagt te verantwoorden.
Wij pleiten daarom voor onderscheid tussen stal en weidegang. Dus 2 excretienormen.
Schapenhouderij: veronderstelde 90% weidegang niet representatief
Schapenbedrijven met langere stalperiodes worden benadeeld doordat de stikstofexcretie op papier veel hoger uitvalt dan in de praktijk. Ook hier blijkt bemonsterde mest lagere stikstofgehalten te laten zien dan wettelijk verwacht.
Wij pleiten daarom voor onderscheid tussen stal en weidegang. Dus 2 excretienormen.
Onze boodschap aan de overheid
Naar onze mening dienen de nieuwe excretieforfaits:
- rekening te houden met verschillende houderijsystemen
- een aparte norm te hebben voor weidegang
- administratieve risico’s en boetes te voorkomen
- uitvoerbaar te blijven voor ondernemers
Wil je sparren over wat deze mogelijke veranderingen voor jouw bedrijf betekenen? Neem dan contact op met onze adviseurs Bedrijfsmanagement via 0475-494407.
overzicht